Benchmarking dierhouders

Benchmarking dierhouders

Toen de diersectoren en andere betrokken organisaties afspraken maakten om het antibioticumgebruik terug te dringen, hebben ze gekozen voor benchmarken. Als dierhouder vergelijkt u hierbij de dierdagdoseringen van het eigen bedrijf met die van gelijksoortige bedrijven. De SDa stelt hiervoor een benchmark vast per diersoort en diercategorie.

Runderen, varkens, vleeskuikens, kalkoenen, vleeskalveren of vleeskonijnen houden, is niet met elkaar te vergelijken. Melkvee houden vraagt een andere bedrijfsvoering dan vleeskalveren houden. Hetzelfde geldt voor fokzeugen en vleesvarkens. In de benchmarkwaarden onderscheiden we daarom diersoorten en diercategorieën en houden we rekening met het gemiddeld gewicht van de dieren.

Het SDa-expertpanel analyseert jaarlijks de anonieme gebruikscijfers en kijkt hoeveel bedrijven in het actie- of signaleringsgebied naar het streefgebied opschuiven. In de jaarlijkse SDa-rapporten over het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren kunt u de resultaten van deze analyses en de benchmarkwaarden vinden.
 

Nieuwe benchmarkwaarden vanaf 2019

Het jaar 2018 is het laatste jaar dat het antibioticumgebruik op bedrijven nog volgens de ‘oude’ benchmarkwaardensystematiek wordt beoordeeld. In dat jaar heeft het expertpanel nieuwe benchmarkwaarden afgeleid die met ingang van 2019 zullen worden gehanteerd. In het rapport van 2020 zullen de resultaten worden afgezet tegen de nieuwe benchmarkwaarden.

De nieuwe benchmarkwaarden moeten initiatieven stimuleren waardoor het gebruik bij bedrijven met een gebruik boven de actiewaarde verder af zal nemen en in de nabije toekomst meer bedrijven een aanvaardbaar gebruiksniveau laten zien. De meeste diersectoren zien de nieuwe benchmarkwaarden als ‘stip op de horizon’ en hebben met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit overlegd over een implementatieperiode (klik hier voor meer informatie).

De nieuwe systematiek kent twee types benchmarkwaarden:
1. benchmarkwaarden die aanvaardbaar gebruik reflecteren en bestendig zijn in de tijd en
2. voorlopige benchmarkwaarden die in de tijd nog aan aanpassingen onderhevig zullen zijn.

Het streven is dat iedere diercategorie het type benchmarkwaarde heeft voor ‘aanvaardbaar gebruik’.


Toelichting:

Benchmarkwaarden voor ‘aanvaardbaar gebruik’ 
De diersector of deelsector met aanvaardbaar gebruik kenmerkt zich door regelmatig nulgebruik, geringe spreiding in gebruik tussen bedrijven in de betreffende diersector en beperkte variatie in gebruik over de tijd. Voor deze (deel)sectoren kunnen, op basis van de DDDAF-verdeling, benchmarkwaarden worden opgesteld, die aanvaardbaar gebruik reflecteren. Deze benchmarkwaarden hoeven naar alle waarschijnlijkheid op de langere termijn niet of slechts zeer beperkt te worden bijgesteld.
Voor deze (subgroepen van) diersectoren is één benchmarkwaarde afgegeven voor een langere periode (5 jaar) om de sector op de langere termijn zekerheid te bieden over de te hanteren benchmarkwaarde.


'Voorlopige' benchmarkwaarden
Als op grond van de informatie van de verdeling van het gebruik over alle bedrijven het expertpanel nog geen aanvaardbaar niveau voor benchmarkwaarde kan afleiden zijn voorlopige benchmarkwaarden vastgesteld. In deze diersectoren en dier- of bedrijfscategorieën is nog sprake van relatief brede verdelingen met een gebruikspatroon dat sterk (structureel) verschilt tussen bedrijven en dierenartsen en wordt gekenmerkt door grotere variatie over de tijd op bedrijfsniveau. Voor deze categorieën bedrijven kunnen alleen benchmarkwaarden worden afgegeven die op pragmatische gronden zijn afgeleid en op een termijn van 2-3 jaar weer moeten worden bijgesteld.
 

Meer informatie:
Benchmarken
De Standard Operating Procedure beschrijft de rekenmethodiek van het SDa-expertpanel.

Direct Contact?

  
088 - 03 07 222
Of vul het contactformulier inNeem contact op