Benchmarkwaarden dierhouder (vanaf 2019)

 

De SDa heeft in het verleden voor elke gemonitorde diersector of deelsector en voor iedere dierenarts werkzaam in deze sectoren benchmarkwaarden vastgesteld. Deze benchmarkwaarden blijven gelden gedurende heel 2018.

In juni 2018 heeft de SDa het rapport ‘Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2017’. uitgebracht. In dit rapport wordt weergegeven waarom de SDa met nieuwe benchmarkwaarden komt en hoe deze tot stand zijn gekomen. 
De nieuwe benchmarkwaarde voor dierenartsen wordt later dit jaar vastgesteld.


De nieuwe benchmarkwaarden gelden vanaf 1 januari 2019. Op welk moment de individuele dierhouder aan de benchmarkwaarde voor een bepaalde diercategorie moet voldoen, wordt vastgesteld tijdens overleg tussen het ministerie van LNV en de betreffende diersector.

 

Nieuwe benchmarkwaarden

In de nieuwe systematiek onderscheidt de SDa twee types benchmarkwaarden;
1. benchmarkwaarden die aanvaardbaar gebruik reflecteren en bestendig zijn in de tijd en
2. voorlopige benchmarkwaarden die in de tijd nog aan aanpassingen onderhevig zullen zijn.


Benchmarkwaarden voor ‘aanvaardbaar gebruik’
De diersector of deelsector met aanvaardbaar gebruik kenmerkt zich door regelmatig nulgebruik, geringe spreiding in gebruik tussen bedrijven in de betreffende diersector en beperkte variatie in gebruik over de tijd. Voor deze (deel)sectoren kunnen, op basis van de DDDAF-verdeling, benchmarkwaarden worden opgesteld, die aanvaardbaar gebruik reflecteren. Deze benchmarkwaarden hoeven naar alle waarschijnlijkheid op de langere termijn niet of slechts zeer beperkt te worden bijgesteld.
Voor deze (subgroepen van) diersectoren is één benchmarkwaarde afgegeven voor een langere periode (5 jaar) om de sector op de langere termijn zekerheid te bieden over de te hanteren benchmarkwaarde.

Voorlopige benchmarkwaarden
Als op grond van de informatie van de verdeling van het gebruik over alle bedrijven het expertpanel nog geen aanvaardbaar niveau voor benchmarkwaarde kan afleiden zijn voorlopige benchmarkwaarden vastgesteld. In deze diersectoren en dier- of bedrijfscategorieën is nog sprake van relatief brede verdelingen met een gebruikspatroon dat sterk (structureel) verschilt tussen bedrijven en dierenartsen en wordt gekenmerkt door grotere variatie over de tijd op bedrijfsniveau. Voor deze categorieën bedrijven kunnen alleen benchmarkwaarden worden afgegeven die op pragmatische gronden zijn afgeleid en op een termijn van 2-3 jaar weer moeten worden bijgesteld.

Overzicht van oude en nieuwe benchmarkwaarden. Aanvaardbare benchmarkwaarden worden afgegeven voor de periode 2019 t/m 2024. Voorlopige benchmarkwaarden worden afgegeven voor de periode 2019 t/m 2020.

 

 

 

Huidige benchmarkwaarden

Voorgestelde benchmarkwaarden met aangegeven type benchmarkwaarde en niveau

Diersoort

Bedrijfstype/ leeftijdscategorie

Signalerings-waarde

Actiewaarde

Type benchmark- waarde

Actie-

waarde

Vleeskalveren*

Blankvlees

23

39

Voorlopig

23

 

Rosévlees start

67

110

Voorlopig

67

 

Rosévlees afmest

1

6

Aanvaardbaar

4

 

Rosévlees combinatie

12

22

Vervalt

Varkens

Zeugen/biggen

10

20

Aanvaardbaar

5

 

Speenbiggen

20

40

Voorlopig

20

 

Vleesvarkens

10

12

Aanvaardbaar

5

Pluimvee

Vleeskuikens

15

30

Aanvaardbaar

8

 

Kalkoenen

19

31

Voorlopig

10¥

Konijnen

Konijnen

 

 

Voorlopig

**

Rundvee

Melkvee

6§

 

Aanvaardbaar

6

 

Opfok

2§

 

Aanvaardbaar

2

 

Zoogkoeien

2§

 

Aanvaardbaar

2

 

Vleesstieren

2§

 

Aanvaardbaar

2

* benchmarkwaarde wordt berekend over een periode van 1,5 jaar
** de beschikbare gegevens laten het niet toe een benchmarkwaarde te bepalen
¥ berekend volgens de nieuwe systematiek met groeicurve
§ signaleringsniveau, actieniveau wordt bereikt na overschrijding van het signaleringsniveau gedurende twee achtereenvolgende jaren